Werkwoordspelling. Schrijf je het met dt, d of t.

Tijdens een cursus schrijfvaardigheid heb ik mij verdiept in het correct spellen van werkwoorden. Met name het schrijven van een werkwoord met dt of t. Op verschillende websites zijn de spellingsregels van de Nederlandse taal op te zoeken. Echter is het soms zo onoverzichtelijk, dat ik een schematische weergave heb gemaakt van enkele spellingsregels. Wellicht hebben meer mensen hier profijt van.

In het onderstaande schema kan je opzoeken hoe je het werkwoord moet spellen met:

  • stam + t(e);
  • stam + ten;
  • stam + d(e) of
  • stam + den;

Het is wel noodzakelijk om te weten wat bijvoorbeeld een persoonsvorm, infinitief of een voltooid deelwoord precies is. Mocht je hier moeite mee hebben? Gebruik dan de onderstaande links.

Neem bijvoorbeeld de volgende zin. ‘Ik word(t) juf’.

Om te weten hoe je dit correct schrijft. Met dt of d. Moet je het schema volgen. De persoonsvorm kan je opzoeken door de zin in een andere tijd te zetten. Het woord dat je moet veranderen om er een goede zin van te maken is dan de persoonsvorm.

Ik word(t) juf = Ik werd(t) juf.

Word(t) is dus de persoonsvorm waardoor je naar stap 2 gaat.

Staat de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd? Ik word(t) staat inderdaad in de tegenwoordige tijd waardoor je verder gaat naar stap 3.

Staat ik voor of achter de persoonsvorm of staat jij achter de persoonsvorm? Ja, in ons geval staat ik voor de persoonsvorm. Waardoor je deze met ja kan beantwoorden en naar stap 7 gaat. Je schrijft alleen de stam.

De stam in ons voorbeeld is word. Aangezien het infinitief, het hele werkwoord, worden is. Je haalt hier de -en vanaf. Waardoor je word krijgt.

Conclusie: je schrijft ‘Ik word juf’ dus met een d.

Probeer hiermee veel te oefenen en het schema uit je hoofd te leren. Zodat je in de toekomst weet hoe je een werkwoord precies schrijft. Succes!

Links:

Cambiumned
Jufmelis
Rendierhof

Download:

Schema is hier te downloaden.

Schema:

De-werkwoordspelling_watermark